Commentaar LANGZS op voorgestelde Innovatiewet


Op 17 juli jl. is de Innovatiewet Strafvordering op internetconsultatie gegaan. Deze consultatie duurde tot en met 27 augustus 2019.

Opvallend aan dit ingediende wetsontwerp is onder meer de datum waarop het gelanceerd is en de daaraan gekoppelde consultatieperiode te weten 17 juli 2019 tot 26 augustus 2019 (nagenoeg gelijklopend met het zomerreces van de Tweede Kamer). Met de keuze van deze data en termijn waarbinnen consultatie mogelijk is wordt niet de indruk gewekt dat de minister openstaat of behoefte heeft aan zo veel mogelijk reacties van ketenpartners en alle andere betrokken professionals en belanghebbenden. Integendeel. Het lijkt de bedoeling om het wetsontwerp geruisloos en zo snel mogelijk in te willen voeren. Hetgeen geen recht doet aan het belang en de verregaande consequenties van de onderwerpen die in de wet genoemd staan noch recht doen aan een transparante en democratische overheid.

Want dat het wetsontwerp verregaande consequenties heeft is duidelijk. Vooral vanuit het belang van slachtoffers is een reactie geboden want het voorstel houdt een regeling in voor verhaal van schade van slachtoffers welke grotendeels een dode letter is geworden en in het ergste geval zal leiden tot een verslechtering van de mogelijkheden tot schadeverhaal, in plaats van de aangekondigde verbetering.

Reden te meer voor LANGZS om te reageren op deze consultatie. LANGZS heeft zich binnen deze consultatie alleen gefocust op het onderdeel van de voorgestelde afsplitsing van de vordering benadeelde partij, de zogenoemde ‘klapluikconstructie’, aangezien de voorgestelde plannen op dit punt een ernstige verslechtering van de rechtspositie van slachtoffers van ernstige zeden- en geweldsmisdrijven betekent. Dit ondanks het feit dat de memorie van toelichting (MvT) het herhaaldelijk wil doen voorkomen alsof aan deze voorgestelde afsplitsing voor het slachtoffer juist (veel) voordelen zitten.

De voorgestelde wijzigingen op hoofdpunten:

  • Het wetsontwerp geldt alleen voor zeden- en geweldsmisdrijven (artikel 55 d lid 1 Sv) en wel voor delicten waar voorlopige hechtenis voor is toegelaten. De tenlastelegging is bepalend.

  • Het geldt ook voor medeplichtigheid, poging en voorbereiding van dat misdrijf.

  • De voorzitter (zelfs al voor de terechtzitting) of de rechtbank ter zitting beveelt gemotiveerd de afsplitsing en afzonderlijke behandeling tijdens een aparte zitting.

  • Beslissing tot afsplitsing ambtshalve of op vordering van de officier van justitie, verdachte of de benadeelde partij. Recht op wederhoor als officier van justitie of verdachte afsplitsing vordert.

  • Er komt een aparte schadevergoedingskamer en een aparte zitting. Geen griffierecht.

  • De verdachte en de benadeelde partij moeten worden opgeroepen (andere slachtoffers of nabestaanden niet p. 51 MvT.

  • De benadeelde partij wordt gezien als procespartij in die afgesplitste procedure maar ook het openbaar ministerie ondanks de andere rol van het OM hierin.

  • Het gaat in de afgesplitste procedure alleen om het bestaan van de schade en om de omvang van de schade op basis van het strafvonnis en formulier tot schadevergoeding.

  • De rechter krijgt de bevoegdheid om in de aparte zaak een schadevergoedingsmaatregel op te leggen zodat executie kan plaatsvinden door het CJIB.

  • De voorschotregeling (artikel 36 lid7 Sr) is niet van toepassing verklaard.

  • Het is mogelijk voor de benadeelde partij of verdachte om binnen 4 weken na het eindvonnis in de strafzaak, bij de rechtbank getuigen en deskundigen mee te brengen naar de zitting (indien de rechtbank dat nodig acht met het oog op een behoorlijke behandeling van de vordering in geval van “klemmende redenen”). Het verzoek daartoe moet voor de zitting gedaan worden.  De getuigen worden in beginsel gehoord.

  • Als getuigen of deskundigen worden aangedragen dan moet de officier van justitie voor de oproeping zorgen.

  • De Voorzitter of de rechtbank kan een schriftelijke ronde inlassen waarin men zich kan uitlaten over de vordering benadeelde partij. De zitting wordt geschorst als de rechtbank hiertoe besluit.

  • De benadeelde partij en de verdachte kunnen bewijsstukken aanleveren met betrekking tot de geleden schade. De voorzitter beslist of deze toelaatbaar zijn.

  • In hoger beroep ( binnen 2 weken na eindvonnis van de rechtbank in de strafzaak) van de aparte zaak kan de benadeelde partij de vordering vermeerderen. De officier van justitie, de benadeelde partij en de verdachte kunnen hoger beroep instellen. Hoger beroep is alleen mogelijk als de vordering meer dan Euro 1.750,– bedraagt, idem ingeval van cassatie.

  • De rechtbank kan bepalen dat een deel van de vordering buiten behandeling blijft (met name bij toekomstige schade). De benadeelde partij kan dan binnen 3 jaar om heropening verzoeken en dat deel alsnog laten behandelen.

  • Tenuitvoerlegging van het vonnis kan niet plaatsvinden als het vonnis in de strafzaak nog niet definitief is.

  • Als in de strafzaak vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging volgt zonder maatregel, dan vervalt het aparte vonnis. Verdachte kan (binnen 4 weken na definitief worden van het vonnis in de strafzaak) aan de schadevergoedingsrechter vragen om kwijtschelding of vermindering.

Het wetsontwerp is een zogenaamde innovatiewet, hetgeen inhoudt dat het wetsontwerp drie jaar na invoering geëvalueerd zal worden in afwachting van invoeging in het nieuwe Wetboek van Strafvordering. LANGZS vindt de voorgestelde wijzigingen een verslechtering van de positie van slachtoffers en stelt zich op het standpunt dat hiermee slachtoffers het risico lopen op secundaire victimisatie.

Via deze link kunt u kennis nemen van de volledige reactie van LANGZS op het wetsontwerp.

Bestuur Stichting LANGZS

29 augustus 2019

Deel dit bericht:Share on LinkedIn
Linkedin
Tweet about this on Twitter
Twitter
Email this to someone
email
Print this page
Print