Reactie stichting LANGZS op voorgenomen sekswet van Ferd Grapperhaus

– PERSBERICHT –

Stichting LANGZS heeft met belangstelling kennis genomen van de brief, waarmee de Minister van Justitie en Veiligheid het voornemen tot het maken van nieuwe strafbaarstellingen van seks tegen de wil en seksuele intimidatie kenbaar maakt. LANGZS is blij met de aandacht voor het feit dat de lat voor het bewijs in zedenzaken erg hoog blijft liggen en dat slachtoffers van ongewenst seksueel handelen, die niet in staat waren om te protesteren, zeggen zich meer erkend te kunnen gaan voelen met dit wetsvoorstel. LANGZS legt wel de vraag neer in hoeverre deze wet in de praktijk daadwerkelijk effectief zal blijken te zijn. Immers de bewijspositie is door deze wet niet anders geworden.

Seksuele delicten vinden veelal plaats in een één op één situatie zonder dat daar getuigen bij zijn. Al helemaal als het gaat om seksueel grensoverschrijdend gedrag, waarbij geen sprake is van penetratie zal het lastig zijn om een sporenbeeld te construeren dat kan leiden tot een veroordeling ter zake van enig zedendelict.

Dat was onder de huidige wet zo en dat zal ook onder de nieuwe wetgeving zo blijven. Om die reden bestaat er een reëel risico, waar ook in de wetenschap op wordt gewezen, dat deze wetgeving dan ook niet meer zal zijn dan symboolwetgeving.

LANGZS wijst erop dat eind juni in Rome een congres plaats vindt van Europese slachtofferadvocaten waar juist kennis en ervaringen worden uitgewisseld tussen de verschillende rechtsstelsels. Zweden, Spanje en Duitsland hebben al enige tijd wetgeving op dit terrein. Er zijn LANGZS nog geen onderzoeksresultaten bekend naar de effectiviteit van die wetgeving. Hoewel LANGZS de pogingen van dit kabinet waardeert om uitvoering te geven aan het Verdrag van Istanbul  en daarmee slachtoffers van seksueel geweld betere bescherming te bieden, wenst zij ook een waarschuwingssignaal af te geven aan (potentiële) slachtoffers. Deze wet maakt namelijk niet dat het opeens makkelijker te bewijzen zou zijn dat een slachtoffer seksuele handelingen tegen zijn zin heeft ondergaan.

Met name over de wijze van handhaving heeft de minister zich nog niet uitgelaten. LANGZS juicht toe dat er ook een strafbaarstelling komt voor seksueel grensoverschrijdend gedrag in het publieke domein. LANGZS wijst erop dat er ook al Kamerleden zijn die een initiatief daartoe nemen, te weten mevrouw Van Toorenburg (CDA) en de heer Asscher (PvdA). Ook LANGZS merkt dat bij de slachtoffers het een doorn in het oog is dat zij (de overgrote meerderheid van slachtoffers is vrouw) zich dit op straat en in bijvoorbeeld horecagelegenheden moeten laten welgevallen. Daar ziet LANGZS wel veel grotere mogelijkheden om tot bewijs te kunnen komen, al was het maar omdat er steeds vaker en steeds meer camera’s hangen en daarmee bewijsmateriaal voor handen is.

LANGZS volgt met belangstelling een concretisering van het voornemen van minister Grapperhaus en houdt zich aanbevolen om daarin mee te denken.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de voorzitter van stichting LANGZS, mr. Korver.

Klik hier voor het persbericht in PDF-formaat.

RECHTERS ZIJN TE TRAAG MET INSTUREN DOSSIERS: SLACHTOFFERS DE DUPE, VERDACHTEN LAGERE STRAF

LANGZS vraagt Ministers van Justitie en Veiligheid  en Rechtsbescherming  rechters te faciliteren zodat zij kunnen voldoen aan hun wettelijke plicht dossiers voortvarend door te zenden naar beroepsinstanties.

Slachtoffers hebben recht op een tijdige afhandeling en zouden niet onnodig lang moeten hoeven wachten. Dit is vervelend voor het slachtoffer in het kader van de verwerking alsmede het kunnen afsluiten van een strafzaak en het daarbij behorende trauma. Daarnaast zorgt de trage afhandeling ervoor dat slachtoffers onnodig lang moeten wachten op schadevergoeding.

Wanneer het doorzenden van het dossier niet tijdig gebeurt, zorgt dit voor een langere behandelduur van de strafzaak, waardoor de rechter vaak korting op de straf moet geven waardoor de veroordeelde in feite een kortere straf uitzit, dan hij verdient. De veroordeelde krijgt op deze manier compensatie, maar het slachtoffer wordt niet gecompenseerd voor de vertraging en de lagere straf.

Slachtofferadvocaten hebben geconstateerd dat opgevraagde dossiers regelmatig met veel vertraging worden doorgezonden naar de hogere rechter. Op grond van de wet heeft het voorliggende gerecht de plicht het dossier ten spoedigste door te zenden. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het dossier in beginsel binnen 6 maanden doorgezonden dient te worden in geval van een gedetineerde of een jeugdige verdachte.

Stichting LANGZS merkt op dat dit een structureel probleem is en vraagt daarom aandacht van de ministers. In de bijlagen treft u verschillende casu aan, waarvan LANGZS er drie heeft uitgelicht: de Leeuwarderzaak, de asielverkrachter en de belagingszaak.

Onlangs heeft het Openbaar Ministerie nog een lagere straf geëist tegen Roeslan F. vanwege de trage rechtsgang. In de zaak die in de media bekend staat als de asielverkrachter is het strafdossier nog steeds niet verstrekt. Terwijl deze verdachte notabene al een korting op zijn straf kreeg vanwege de lange behandelduur in eerste aanleg en omdat hij bij een hogere straf mogelijkerwijs uitgezet dreigde te worden.

Bij een andere zaak, waarbij drie slachtoffers seksueel misbruikt zijn zal de Hoge Raad hoogstwaarschijnlijk de verdachte compenseren door een strafkorting te geven, omdat het dossier niet tijdig is doorgezonden. Het te laat doorzenden van het strafdossier kan, en moet, voorkomen worden door de rechter en door de ministers.

LANGZS roept de ministers dan ook dringend op om op korte termijn met een duidelijk voorstel op dat punt te komen, temeer nu slachtoffers al ongewild in een kwetsbare positie zijn geplaatst. (Klik hier voor de brief naar de ministers)

 

 

Leeuwarderzaak

Casus
Drie slachtoffers zijn in hun jonge jeugd slachtoffer geworden van seksueel misbruik. Op 13 juni 2016 werd verdachte door de Rechtbank vrijgesproken. Op 9 april 2018 veroordeelde het Gerechtshof  verdachte tot 9 maanden gevangenisstraf.  Vervolgens heeft verdachte cassatie ingesteld tegen deze uitspraak.

Uitspraak

Het Gerechtshof heeft verdachte veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf en schadevergoedingen toegekend van € 800,00 en € 1.250,00.

Klachtbrief

Op 26 april ll. is er een klachtbrief verstuurd naar het Gerechtshof Leeuwarden. Uit telefonisch contact met de griffie van de Hoge Raad is gebleken dat de zaak op 26 april ll. nog niet was ingezonden, waardoor de zaak niet kon worden behandeld.
Na meer dan één jaar is het dossier nog steeds niet door het Gerechtshof doorgezonden aan de Hoge Raad. Ook in deze klacht is erop gewezen dat door het niet tijdig inzenden van het dossier er een zogenaamde strafkorting kan plaatsvinden.

 

Asielverkrachter 

Casus
In mei 2016 heeft de verdachte in deze zaak het slachtoffer verkracht in het magazijn van de winkel waar hij werkzaam was. De Rechtbank heeft het feit bewezen verklaard.
Als strafverzwarende omstandigheden wegen in deze zaak mee dat het slachtoffer zeer jong is, er sprake was van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen haar en verdachte en het bovendien een bijzonder kwetsbaar en weinig weerbaar slachtoffer betreft.

De verdediging van de verdachte heeft ter zitting aangedragen dat de verdachte, bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tenminste 24 maanden of meer, het risico zou lopen zijn verblijfsvergunning te verliezen.
De Rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een straf van 20 maanden en verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing.

Uitspraak

De Rechtbank heeft besloten om een gevangenisstraf van 20 maanden op te leggen. De redenering van de Rechtbank was: ‘dat het niet de bedoeling is dat aan verdachte een zodanige straf wordt opgelegd dat deze verregaande vreemdelingenrechtelijke consequenties heeft’. Daarnaast heeft de Rechtbank een schadevergoeding toegekend van € 5.107,68.

Klachtbrief

Op 16 mei ll. is er door het slachtoffer geklaagd bij de Rechtbank Amsterdam. Op 18 juli 2018 is er een strafvonnis gewezen in deze zaak waarbij de Rechtbank rekening heeft gehouden met het tijdsverloop en heeft een strafkorting toegepast.
Op 30 april is er contact geweest met een medewerker van de strafgriffie van het Hof. Het Hof heeft laten weten dat zij nog geen dossier hebben ontvangen van de Rechtbank. Inmiddels zijn er maar liefst 10 maanden verstreken, terwijl dit dossier binnen maximaal 8 maanden had moeten worden doorgezonden.
In de regel zal overschrijding van deze inzendtermijn leiden tot een nadere strafkorting. Dit doet geen recht aan hetgeen het slachtoffer is overkomen.

 

 

 

Belagingszaak

Casus
Een man en vrouw, alsmede hun onderneming, zijn slachtoffer geworden van belaging.
De zaak liep al zeer lang: in 2009 deden benadeelden al hun eerste aangifte. Verdachte heeft jarenlang benadeelden en hun onderneming belaagd. Na de uitspraak van het Hof werd er door verdachte cassatie ingesteld.

Uitspraak
Het Gerechtshof Den Bosch wees op 11 oktober 2016 arrest en heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf 18 maanden. Daarnaast is er een schadevergoeding van € 1.075,00 per persoon toegekend.

Klacht

Door de benadeelde partij is zelf actief aan het Gerechtshof verzocht om het dossier tijdig bij de Hoge Raad in te dienen. Dit vanwege de mogelijke consequenties van strafkorting voor verdachte. Er is zowel door benadeelden zelf als via hun advocaat verzocht om tijdige inzending. Dit is het Hof niet gelukt. Het Gerechtshof Den Bosch liet bij brief van 29 juni 2017 weten dat sprake was van een (slinkende) achterstand en dat die week het dossier zou worden verzonden. Dit was echter te laat, ondanks alle tijdige verzoeken vanuit de benadeelden. Uit het arrest van de Hoge Raad volgt die vertraging inderdaad consequenties heeft gehad voor de strafmaat. Er is geklaagd over de overschrijding van die termijn, hetgeen geleid heeft tot gegrondverklaring van het middel: verdachte kreeg strafkorting en slachtoffers krijgen de schadevergoeding daardoor ook pas later.

 

Bij deze een kort overzicht van een aantal zaken, waarbij de behandeling in hoger beroep lang op zich heeft laten wachten of laat wachten. De slachtoffers in deze zaken hebben aangegeven dat zij juist door de wachttijd zich niet serieus genomen voelen, zij hun behandeling niet kunnen voorzetten omdat de zaak nog niet afgesloten is en zij het als zeer belastend (hebben) ervaren. De advocaat heeft vaak meerdere malen verzocht om informatie over de voortgang en klachten ingediend, maar daarop wordt niet gereageerd.

Casus I
Parketnummer 10/660012-17: vonnis d.d. 30 mei 2018 in eerste aanleg. De verdachte is moord/doodslag, poging moord/doodslag/toebrengen zwaar lichamelijk letsel ten laste gelegd. De zaak staat gepland in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag (22/002321-18). Voor zover bekend is er nog geen dossier ingezonden.

Casus II
Parketnummer 10/700460-16:Vonnis d.d. 23 februari 2018 in eerste aanleg. Het betreft een ernstige zedenzaak, martelingen en bedreigingen. Er is hoger beroep ingesteld in deze zaak (22/001068-18). Op dit moment is er nog geen datum bekend voor de inhoudelijke behandeling. Het Hof stelt dat zij het dossier nog niet heeft ontvangen.

Casus III
Parketnummer 09/135010-15: de verdachte is bedreiging/laster ten laste gelegd. Er is hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag (22/004233-17) De zitting van 13 februari 2019 is aangehouden tot 7 juni 2019. In deze zaak is men vergeten de slachtofferadvocaat op te roepen voor de zittingen en bleek er uitspraak te zijn gedaan zonder dat het slachtoffer en de advocaat van de inhoudelijke behandeling op de hoogte waren. De slachtofferadvocaat is uiteindelijk op de hoogte gekomen door de oproep tot getuigenverhoor. Ondanks verzoek geen vonnis ontvangen. De advocaat heeft meerdere klachten ingediend, maar geen enkele reactie ontvangen.

Casus IV
Parketnummer 10/035483-196: vonnis d.d. 27 september 2016 in eerste aanleg. Op 11 december 2018 heeft het Gerechtshof Den Haag arrest  gewezen(22/004514-16). De zaak gaat over openlijke geweldpleging met ernstig letsel. Ook hier heeft de advocaat meerdere malen geklaagd bij het Arrondissementsparket Rotterdam in eerste aanleg en later bij het gerechtshof over de voortgang van de zaak.

Casus VHet betreft een slachtoffer van mensenhandel. Het parketnummer in eerste aanleg van deze zaak is  09/842256-17 en in hoger beroep is het parketnummer 22/001165-18.

Uitspraak
Op 7 maart 2018 is er uitspraak gedaan door rechtbank Den Haag.

 

Klacht
Weliswaar is het doorzenden redelijk spoedig gebeurd, en heeft er op 24 augustus 2018 een pro forma zitting in hoger beroep plaatsgevonden, maar in maart 2019 hadden de getuigenverhoren nog niet plaatsgevonden en de inhoudelijke zitting is nu voorlopig gepland voor 6 september 2019.  Verdachte verblijft overigens nog wel in voorlopige hechtenis.

Casus VI
Het betreft slachtoffer geworden van mensenhandel. Deze zaak staat geregistreerd op parketnummer 23/004755-15. Verdachte is nu in cassatie gegaan.

Uitspraak
Rechtbank Noord-Holland heeft uitspraak gedaan op 12 november 2015 en op 12 april 2019 heeft het Gerechtshof hierin uitspraak gedaan. In het vonnis heeft het Hof de vrijheidsbenemende straf met twee maanden verminderd i.v.m. overschrijding van de redelijke termijn.

Klacht
Niet eerder dan op 9 november 2016 heeft de pro forma zitting plaatsgevonden. Het verhoor van getuigen kwam niet van de grond doordat het van de kant van de advocaat lastig was om de juiste adresgegevens te verkrijgen en vervolgens op de pro forma zitting van 5 april 2018 werd vastgesteld dat niet op de juiste wijze was opgeroepen. Uiteindelijk is wel op de juiste wijze opgeroepen, maar niemand verschenen, is een getuige gehoord nu deze toevallig in Nederland in detentie zat, en duurde het nog een aantal maanden voordat de zitting uiteindelijk april 2019 op zitting kwam.

Casus VII
Nog een mensenhandel-zaak waar niet alleen verdachte maar ook de Officier van Justitie hoger beroep heeft aangetekend. Het betreft een zaak die nu in hoger beroep ligt bij Hof Den Haag onder parketnummer 22/003095-18. In juli 2018 is er hoger beroep aangetekend.

Klacht
2 mei 2019 is het bericht binnen gekomen dat het dossier nu wel binnen is bij het Hof, maar niet administratief gecompleteerd. Deze zaak kan dus ook niet tijdig worden behandeld.

Casus VIII
Op 9 april 2019 heeft kennelijk de Hoge Raad de zaak binnengekregen (aldus telefonisch vernomen) en de verdachte is nog steeds niet aangezegd. Het betreffen feiten uit 2010 en 2011. Het slachtoffer vindt het niet te verteren dat het zo lang duurt. Het hele traject duurde al lang. Op 18 maart 2011 heeft het slachtoffer aangifte gedaan. In 2015 is er besloten tot vervolging over te gaan. Vonnis rechtbank is van 27 mei 2016.

Casus IX
Het betreft de strafzaak met parketnummer: 01/845113-17 (eerste aanleg) en 20/003179-17 (hoger beroep): Door de Officier van Justitie werd hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de Rechtbank ‘s-Hertogenbosch d.d. 28 september 2017. Pas eind maart 2019 is er bericht ontvangen, na eerst zelf contact opgenomen te hebben, dat de advocaat-generaal voornemens was het hoger beroep in te trekken. Deze intrekking geschiedde pas op 15 mei 2019. Bij elkaar hebben cliënten dus ruim anderhalf jaar (19 maanden) moeten wachten. De verklaring die de advocaat-generaal gaf voor de vertraging was dat het dossier nog niet af was, dat het ging om een gecompliceerde zaak, dat er een hoge werkdruk was en dat hij geen overhaaste beslissing wilde nemen.

Brief

Betreft: rechters onvoldoende gefaciliteerd om dossiers tijdig in te sturen

Excellenties,

Bijgaand u gelieve aan te treffen een persbericht met een aantal casu* waarin dossiers niet tijdig zijn doorgezonden. Op grond van de wet heeft het voorliggende gerecht de plicht het dossier ten spoedigste door te zenden. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het dossier in beginsel binnen 6 maanden wordt doorgezonden wanneer er sprake is van een gedetineerde of een jeugdige verdachte en anders binnen acht maanden doorgezonden dient te worden. Het dossier moet zelfs. In de praktijk duurt dit echter heel vaak langer.

Dit kan tot problemen leiden voor o.a. het slachtoffer in het kader van de verwerking alsmede het kunnen afsluiten van een strafzaak. Slachtoffers moeten onnodig lang wachten op schadevergoeding en in veel gevallen leidt het tot een strafkorting voor de dader. Dat is niet in het belang van het slachtoffer en kan leiden tot secundaire victimisatie.

Ik verzoek u vriendelijk datgene te doen wat mogelijk is om dit tij te keren. Wilt u ons informeren welke maatregelen u treft om deze vorm van secundaire victimisatie uit te bannen?

Met de meeste hoogachting,
Namens het bestuur van LANGZS,

Richard Korver
Voorzitter

Vacature

Wil jij je inzetten voor de belangen van slachtoffers van ernstige gewelds- & zedenmisdrijven? Solliciteer dan voor 8 april aanstaande!

Stichting LANGZS is in 2007 opgericht door een groep advocaten die vond dat de rechtsbijstand aan slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven diende te worden geprofessionaliseerd. De advocaten die LANGZS hebben opgericht en de nieuw bijgekomen professionals en advocaten hebben zich de afgelopen jaren ingespannen voor een betere positie van het slachtoffer.

Stichting LANGZS heeft een doelstelling die drieledig is. LANGZS wil de juridische belangen van slachtoffers behartigen, de deskundigheid van advocaten die slachtoffers bijstaan vergroten en aan publieksvoorlichting doen.

LANGZS wordt daarnaast regelmatig gevraagd mee te denken over opleidingen en inschrijfvoorwaarden bij de Raad voor Rechtsbijstand, het geven van voorlichting en wordt zo nu en dan benaderd door politici teneinde bij te dragen aan het ontwikkelen van en/of beoordelen van wetgeving.

Voor al deze activiteiten heeft LANGZS behoefte aan professionele ondersteuning. De werkzaamheden bestaan uit het bijhouden van de ledenadministratie, het beheer en onderhoud van de website van LANGZS, bijhouden van Social Media, opstellen van brieven en persberichten, ondersteunen van het bestuur bij het geven van adviezen, het opstellen van curricula en organiseren van cursussen en congressen, het opstellen van nieuwsbrieven, samenstellen van het jaarlijkse zwartboek, alsmede het onderhouden van contacten met de verschillende partijen die een rol spelen binnen de strafrechtketen.

Bent u geïnteresseerd, stuur dan voor 8 april 2019 uw schriftelijke motivatie met CV naar info@langzs.nl, ter attentie van het bestuur van Stichting LANGZS, o.v.v. sollicitatie.

Klik hier voor de vacature in PDF-formaat

Stichting LANGZS in Amsterdams Balie Bulletin

In het Amsterdams Balie Bulletin staat een interview met de voorzitter van LANGZS Richard Korver en met bestuurslid Marianne Kubatsch over de positie van het slachtoffer in het strafproces.

Klik hier voor het interview in PDF-formaat

WODC rapport: De rol van slachtofferadvocaten

Op 9 januari 2019 heeft het WODC een rapport gepubliceerd. Het rapport gaat over de rol van de advocaat in de bijstand van slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven. In het rapport is onderzocht in hoeverre advocaten van slachtoffers van ernstige gewelds- of zedenmisdrijven bijdragen aan het verwezenlijken van slachtofferrechten. Uit dit rapport blijkt onder andere dat er meerdere knelpunten zijn met betrekking tot de uitvoering van het slachtofferrecht en de rol van de ketenpartners daarin. Zo blijkt uit het rapport dat de vergoeding ontoereikend is en dat nog onduidelijkheden bestaan rondom het spreekrecht, zoals het moment waarop het spreekrecht uitgevoerd mag worden en de vorm van het spreekrecht.

Klik hier om het gehele WODC rapport te lezen in PDF-formaat.

In verband met het spreekrecht verwijzen wij u graag naar de volgende voorzittersbeslissing. Onlangs heeft een voorzitter besloten om het spreekrecht van slachtoffers in twee termijnen toe te staan.

Klik hier voor de voorzittersbeslissing.

 

Misbruikslachtoffers in de sport

De voorzitter van stichting LANGZS, mr. Korver, was op 10 januari 2019 te gast bij Radio 1 en bij EenVandaag om te praten over misbruikslachtoffers in de sport.

U kunt hieronder de radio uitzending terug luisteren en de televisie uitzending terugkijken.

  •     Advocaat Richard Korver over de zaak Jerry M. die wordt beschuldigd van sexueel misbruik binnen de atletieksport

Infographic

Eind 2018 heeft stichting LANGZS, met financiële ondersteuning van het Fonds Slachtofferhulp, een Infographic ontwikkeld waarop inzichtelijk gemaakt wordt hoe het traject van aangifte tot vonnis eruit ziet. U kunt deze infographic inzien bij downloads&links.

Klik hier om de infographic meteen te bekijken in PDF-formaat.

Slachtofferknelpunten in beeld gebracht

Het Landelijk Advocatennetwerk Gewelds- en Zedenslachtoffers LANGZS spreekt waardering uit voor het onderzoeksrapport van het WODC over de rol van de slachtofferadvocatuur. Uit het rapport blijkt dat er nog steeds op talloze gebieden serieuze achterstanden bestaan bij het implementeren van de rechten van slachtoffers van misdrijven. Dit is schrijnend, omdat het vaak gaat om rechten die al geruime tijd in de wet zijn opgenomen, en omdat het gaat om achterstanden die LANGZS al sinds jaar en dag signaleert in het jaarlijkse Zwartboek. Het rapport brengt aan het licht dat het Openbaar Ministerie er helaas niet in slaagt om adequaat in te spelen op de behoeften van slachtoffers. Het OM blijkt soms zelfs actief tegengas te geven, ondanks eerdere plechtige beloften om het slachtoffer meer te faciliteren. Dankzij de toenemende inzet van gespecialiseerde slachtofferadvocaten komt er tenminste nog iets terecht van de participatie van slachtoffers.

LANGZS roept het Openbaar Ministerie op om snel serieuze verbeteringen door te voeren: zowel in het beleid, als in de organisatie. LANGZS roept de politiek op om de bestaande rechten van slachtoffers veel beter te waarborgen. Niet alleen verdachten, maar ook slachtoffers behoren hun rechten te kunnen afdwingen. Daar schort het momenteel aan, en dat is een bedreiging voor de rechtsstaat.

LANGZS is en blijft alert op misstanden, en roept advocaten op om deze misstanden te blijven melden in het kader van het Zwartboek.

Hierbij de link voor het WODC rapport: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/01/09/tk-onderzoek-naar-de-rol-van-de-slachtofferadvocatuur

Klik hier voor het persbericht in PDF-formaat

LANGZS vraagt Minister van Rechtsbescherming om beter handelen wanneer een geweldspleger onder toezicht staat

Op 18 december 2018 is in Rotterdam een 16 jarige scholiere op klaarlichte dag op het terrein van haar school doorgeschoten door een ex-vriend die haar al langere tijd stalkte.
LANGZS doet n.a.v. dit afschuwelijke misdrijf een dringende oproep aan de minister van rechtsbescherming om heldere regels te maken dat er in al dit soort zaken standaard onderzoek naar het handelen van politie en justitie plaats dient te vinden.

In 2015 werd verpleegster van der Giesen op een parkeerterrein doodgeschoten door haar ex-vriend. Hierna werd er een onderzoekscommissie geformeerd die aanbevelingen opstelde. Nadien zijn er echter meerdere personen in ons land slachtoffer geworden van ernstige geweldsmisdrijven gepleegd door verdachten die bij het plegen van het misdrijf (bijzondere) voorwaarden overtreden hebben of onder toezicht van justitie stonden.

LANGZS juicht uiteraard toe dat er op zo’n moment onderzoek wordt gedaan naar de desbetreffende verdachte, maar meent dat de Inspectie van Justitie en Veiligheid standaard zou moeten of de overheid in dit soort gevallen juist heeft gehandeld bij het opleggen, handhaven en vooral het naleven cq. controleren van de voorwaarden of het toezicht op de verdachte. Dat laatste gebeurt nu helaas niet standaard; met als gevolg dat er onvoldoende wordt geleerd.

In de politiefolder over stalking is te lezen dat de slachtoffers de politie informeren en geen verdere actie hoeven te verwachten. Daarnaast is te lezen dat er niet altijd voldoende bewijs aanwezig is en dat de politie soms nog geen mogelijkheden heeft om de stalker aan te houden en strafrechtelijk in te grijpen. Het slachtoffer kan dan met het gevoel achterblijven dat de politie niet direct kan helpen en de stalker alleen maar wegstuurt.

Het door LANGZS voorgestane standaard-onderzoek naar het handelen van politie en justitie zou tot doel moeten hebben omweg de begeleiding, controle en handhaving aan te scherpen en te verbeteren zodat dit soort afschuwelijke misdrijven in de toekomst hopelijk kunnen worden voorkomen. LANGZS roept de minister dan ook dringend op om op korte termijn met
een duidelijk voorstel op dat punt te komen, temeer dat slachtoffers meestal kwetsbare personen zijn.

LANGZS vraagt Minister van Justitie kinderen die slachtoffer zijn van een zedendelict beter te beschermen.

Vandaag komt de eerste Dadermonitor Seksueel Geweld tegen Kinderen uit van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld Herman Bolhaar. Hierin staat dat over de periode 2013 tot en met 2017 het aantal meldingen van seksueel geweld tegen kinderen jaarlijks stijgt en dat driekwart van de zaken die bij het Openbaar Ministerie terecht komen worden geseponeerd door gebrek aan bewijs. Dit komt volgens de heer Bolhaar doordat de aanwijzing om bij zedenzaken digitaal onderzoek te doen ontbreekt in de werkinstructies van de politie.

LANGZS maakt zicht sterk voor de rechten van slachtoffers van ernstige zedenmisdrijven. LANGZS constateert dat ook de voorganger van de heer Bolhaar, mevrouw Dettmeijer in haar rapportage van 2011 al aandacht heeft gevraagd voor het gebrek aan digitaal onderzoek. Ook zij deed de aanbeveling om bij een verdenking van seksueel misbruik van kinderen altijd de digitale gegevensdragers van verdachten te onderzoeken.

Helaas komt het nog steeds voor dat verdachten van een zedenmisdrijf waarbij kinderen het slachtoffer zijn per brief worden ontboden op het bureau en hun wordt gevraagd om hun computer mee te nemen. Dit is wat LANGZS betreft bijna lachwekkend. LANGZS roept thans de minister van Justitie en Veiligheid, de heer Grapperhaus, op om het Openbaar Ministerie middels een aanwijzing de opdracht te geven om ervoor te zorgen dat in opsporingsonderzoeken waarbij een verdenking is van misbruik van kleine kinderen altijd alle gegevensdragers van verdachten worden onderzocht.

LANGZS roept het parlement op om te controleren welke acties de minister onderneemt ten einde de positie van kinderen die slachtoffer zijn van seksueel geweld op korte termijn snel te verstevigen. Het is de verwachting van LANGZS dat indien dit soort digitale onderzoeken wel worden gedaan dat het opsporingspercentage omhoog gaat en het aantal zaken dat geseponeerd zal worden omlaag gaat.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de voorzitter van stichting LANGZS, mr. Korver.

Klik hier voor het nieuwsbericht/persbericht in PDF-formaat.