Slachtoffers zijn ook rechtszoekenden!

Gisteren publiceerde het Algemeen Dagblad de reactie van stichting LANGZS op het artikel ‘OM danst naar pijpen slachtoffer‘. Onderstaand treft u de volledige reactie op het artikel aan.

Onlangs publiceerde deze krant een artikel met de titel: “OM danst naar de pijpen slachtoffer”, waarin onder andere rechter Erik Koster zijn mening geeft over de groeiende rol van het slachtoffer in het strafproces.

Volgens de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (hierna: NVSA) is het strafproces bedoeld om de schuld van de verdachte vast te stellen, “daar kun je de emoties van slachtoffers niet bij gebruiken”. Daarnaast zou de groeiende rol van het slachtoffer de neutraliteit van het strafproces aantasten en het principe van de onschuldpresumptie onder druk zetten.

Slachtofferadvocaten, verenigd in LANGZS, zijn van mening dat het strafrecht niet langer enkel een zaak is tussen de overheid en verdachte maar een zaak die is ontstaan omdat er een slachtoffer is wiens belangen eveneens gediend moeten worden. Dat de verdachte centraal zou moeten staan in het strafproces is niet langer van deze tijd. Het gaat niet enkel om het vaststellen van de schuld van de verdachte, maar ook om zaken als herstel van schade, vergelding en bescherming worden tegenwoordig behandeld in het strafproces.

Het uitgebreide spreekrecht zou regelmatig tot situaties waarin het slachtoffer fulmineert tegen de verdachte leiden. Dit wordt voorkomen wanneer het slachtoffer wordt bijgestaan door een gespecialiseerde slachtofferadvocaat. Wij maken het dan ook zelden mee. Het slachtoffer wordt dan voorafgaand geïnformeerd en geadviseerd over onderwerpen als de haalbaarheid van de gewenste strafmaat en het principe van de onschuldpresumptie.

Het NVSA zegt terecht dat iedere verdachte onschuldig is totdat de rechter oordeelt dat het tegendeel bewezen is. Dat het slachtoffer in de rechtszaal vertelt wat het misdrijf met hem of haar heeft gedaan en zijn of haar mening geeft over de strafmaat en de bewezenverklaring doet hier volgens LANGZS niets aan af. Indien het slachtoffer zich uitlaat over straf en bewijs is dit net zo min in strijd met de onschuldpresumptie als wanneer de Officier van Justitie dit doet. Daarnaast is LANGZS van mening dat de NVSA de kunde van de rechter onderschat. Waarom zou deze wel door de emotie van de verdachte heen kunnen prikken maar niet door de emotie van het slachtoffer? De vrijlating van een van de hoofdverdachten in de Amsterdamse vergismoord is het schoolvoorbeeld dat de rechter dit wel kan.

Volgens rechter Koster gebeurt het steeds vaker “dat het OM een zaak voor de strafrechter brengt louter omwille van het slachtoffer”. Dat een rechter zich op deze wijze uitlaat schaadt volgens LANGZS het vertrouwen in de rechtsstaat. Uit eigen ervaring kan ik u mede namens mijn collega’s zeggen dat dit geenszins het geval is. Met regelmaat laat het OM weten andere keuzes te maken, als gevolg van haar rol als magistraat. Dat is hoe het hoort. Nu nog die enkele rechter zover krijgen dat die slachtoffers niet als last maar justitiabele ziet.

Klik hier voor de ingekorte versie die gisteren in het Algemeen Dagblad verscheen.

Wetsvoorstel affectieschade

Het wetsvoorstel affectieschade is op 10 april unaniem aangenomen door de Eerste Kamer, zonder dat hier voorafgaand een plenaire behandeling heeft plaatsgevonden. Wel is er door een aantal partijen een stemverklaring afgelegd. De VVD geeft aan haar principiële bezwaren neer te leggen nu er vaste vergoedingen zijn geïntroduceerd en de kring van aanspraakgerechtigden is beperkt. Een eerder, vergelijkbaar wetsvoorstel sneuvelde mede door een tegenstem van de VVD. De CDA en SGP merken op de bezwaren te laten varen nu er een groot maatschappelijk draagvlak is voor het wetsvoorstel, en het past in de internationale ontwikkeling. Wel hechten beide fracties aan een serieuze evaluatie van de wet over vijf jaar. Tot slot laat de SP weten blij te zijn dat er met de aanname van het wetsvoorstel nu eindelijk, veel te laat, recht wordt gedaan aan naasten voor het leed dat zij ondervinden. De wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

In het wetsvoorstel is geen zelfstandige bepaling van overgangsrecht opgenomen. Krachtens artikel 68a van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek, gelezen in verband met artikel 69d, zal het recht op vergoeding van affectieschade niet door het in werking treden van het wetsvoorstel ontstaan indien reeds voordien aan alle feiten die de wet daarvoor vereist waren voldaan. Dit betekent dat het wetsvoorstel slechts gevolgen heeft met betrekking tot schadeveroorzakende gebeurtenissen die plaatsvinden na inwerkingtreding van het voorstel.

Naar alle waarschijnlijkheid zal de wet op 1 januari 2019 in werking treden, naar mening van stichting LANGZS is dit alsnog te laat. Zeker nu de Europese Richtlijn minimumnormen voor slachtoffers op 16 november 2015 al rechtstreekse werking heeft gekregen, en de Staat bij de implementatie van deze Richtlijn het recht om aan nabestaanden vergoeding van immateriële schade toe te kennen heeft miskend. Stichting LANGZS blijft daarom van mening dat het van belang is altijd schadevergoeding affectieschade te vorderen nu dit mogelijk de politieke druk zou kunnen opvoeren om de inwerkingtreding te vervroegen.

Klik hier voor het nieuwsbericht in PDF-formaat.

Een grotere rol voor het slachtoffer in de rechtszaal zorgt voor evenwicht

Afgelopen vrijdag publiceerde Trouw een artikel met de titel: “De rol van slachtoffers in de rechtszaal groeit, tot ongenoegen van advocaten”. Dit naar aanleiding van het meerjarenplan slachtofferbeleid dat de dag ervoor door minister Dekker werd gepresenteerd, op de dag van het slachtoffer.

Die kop impliceert ten onrechte dat advocaten in het algemeen tegen de versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces zouden zijn. Sinds 10 jaar is er een Landelijk Advocaten Netwerk Gewelds- en Zeden Slachtoffers (hierna: LANGZS), waarbij inmiddels ruim honderd slachtofferadvocaten zijn aangesloten. Sinds een paar jaar is er tevens de post-doctorale specialisatie `Slachtofferadvocatuur voor Ernstige Gewelds- en Zedenzaken`. Slachtofferadvocaten van EGZ-zaken pleiten juist voor een grotere rol van het slachtoffer in de rechtszaal.

Over het voorstel van de minister, om verdachten in ernstige gewelds- en zedenzaken verplicht in de rechtszaal te laten verschijnen wanneer het slachtoffer in de zaak van het spreekrecht gebruik maakt,  zijn ook slachtofferadvocaten niet enkel positief. Er bestaat immers niet zoiets als “het slachtoffer”; al helemaal niet in zaken waarin het gaat om zeer zware delicten. De keuze zou bij het slachtoffer moeten liggen, waarna de verdachte eventueel met een bevel tot medebrenging voor de rechter gebracht kan worden.

Advocaten zouden de groeiende rol van het slachtoffer in het strafproces volgens Trouw maar beangstigend vinden: “de aandacht voor de slachtoffers lijkt die voor de verdachten soms te overvleugelen” zegt iemand van de Orde van Advocaten in het artikel van Trouw. Een standpunt dat sinds de invoering van het uitgebreide spreekrecht op 1 juli 2016 steeds vaker wordt verkondigd, met name door strafrechtadvocaten die veel, of overwegend, verdachten bijstaan.

Dat betekent echter niet, zoals de kop suggereert, dat alle advocaten hier een probleem mee zouden hebben, integendeel. Een groeiende groep is van mening dat de groter wordende rol van het slachtoffer juist evenwicht creëert tussen de rol van het slachtoffer en de verdachte. Het idee dat alleen de verdachte centraal zou moeten staan in het strafproces is begrijpelijk in het tijdperk van Napoleon maar niet langer acceptabel in het huidige tijdgewricht.

Tegenargumenten die vaak genoemd worden, zo ook in het artikel van Trouw, zijn het gevaar voor secundaire victimisatie en het gevaar dat er met het uitgebreide spreekrecht teveel emotie het strafproces binnengehaald zou worden. Beide ‘gevaren’ kunnen eenvoudig voorkomen worden indien slachtoffers de juiste begeleiding krijgen.

Wanneer slachtoffers, alvorens het uitoefenen van het spreekrecht goed worden voorgelicht en geadviseerd, en tijdens de zitting goed worden begeleid zal dit ervoor zorgen dat het slachtoffer een weloverwogen beslissing neemt en wordt daarmee ongewenste secundaire victimisatie voorkomen. Ik wijs erop dat slachtoffers er natuurlijk ook voor kunnen kiezen helemaal geen gebruik te maken van het spreekrecht, of om dit te laten uitoefenen door een ander. In ernstige zaken is er nog steeds sprake van slechts een kleine groep (minder dan 1000 slachtoffers per jaar), die gebruik maakt van het spreekrecht.

Naar de mening van slachtofferadvocaten, die toch echt de belangen van slachtoffers behartigen, is door Trouw niet gevraagd. Het belang van de slachtofferadvocaat wordt wel vaker onderschat. Met de invoering van het uitgebreide spreekrecht is de rol van het slachtoffer dat van het spreekrecht gebruik wil maken en van diens advocaat alleen maar groter geworden nu het slachtoffer zich niet enkel meer mag uitlaten over de gevolgen van het misdrijf maar ook over de bewezenverklaring en de door hem of haar gewenste strafmaat.

Dat slachtoffers nog niet echt meedoen blijkt bijvoorbeeld ook uit de positie van het slachtoffer in de rechtszaal. Waar de verdachte vooraan in de rechtszaal, in het bijzijn van zijn of haar advocaat, zijn standpunt kan verkondigen, heeft het slachtoffer deze vaste positie niet en komt het nog regelmatig voor dat het slachtoffer zijn of haar spreekrecht moet uitoefenen vanaf de publieke tribune van de zittingszaal, soms te midden van bekenden van de verdachten.

Voor slachtoffers is een bepaling in de wet opgenomen dat zij correct dienen te worden bejegend, overigens zonder enige sanctie als zulks niet gebeurt. Dat is een vorm van symboolpolitiek die veelzeggend is.

Het strafrecht is niet langer een zaak tussen de overheid en de verdachte maar een zaak die ontstaan is omdat er een slachtoffer is wiens belangen door dat proces eveneens gediend moeten worden. Daarbij valt te denken aan herstel van schade, vergelding en bescherming. En uiteraard aan rechtvaardigheid die er voor allen die deelnemen aan een proces in een beschaafde rechtsstaat zou moeten komen. Die rechtvaardigheid begint met gelijkwaardigheid in rechten. Zo lang deze er niet is mag en moet de positie van slachtoffers echt veel beter worden.

Klik hier voor de reactie in PDF-formaat.

Reactie Stichting LANGZS op bekendmaking minister Dekker ten aanzien van verplichte aanwezigheid verdachte bij uitoefening spreekrecht

– PERSBERICHT –

Minister Dekker voor Rechtsbescherming heeft bekend gemaakt dat verdachten van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven binnenkort verplicht zijn om te verschijnen in de rechtszaal, indien slachtoffers gebruik wensen te maken van het spreekrecht. Hoewel  LANGZS de aandacht voor de positie van slachtoffers toejuicht, is zij van mening  dat er niet zoiets bestaat als ‘het’ slachtoffer.

Niet alle slachtoffers hebben de wens dat de verdachte aanwezig is bij de uitoefening van het spreekrecht. Beter zou zijn om in iedere zaak te vragen wat het slachtoffer wenst, en te bepalen dat de rechter een bevel medebrenging kan uitvaardigen.

De minister  geeft te kennen dat hij niet te zeer wil focussen op de formele positie van slachtoffers, maar vooral wil meeleven met het slachtoffer. Stichting LANGZS wil juist dat de formele positie van slachtoffers wordt verstevigd en dat slachtoffers gelijke rechten en een gelijke positie krijgen aan verdachten.  Medeleven komt vooral uit de eigen sociale kring, een gelijke positie in de stafzaak draagt uiteindelijk veel meer bij aan verwerking!

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de voorzitter van LANGZS: mr. Richard Korver, via 020 – 535 75 65 of voorzitter@langzs.nl.

Klik hier voor het persbericht in PDF-formaat.

oproep: 'toga-protest' voorafgaand aan debat Tweede Kamer aanstaande donderdag

Het bestuur van stichting LANGZS ontving vandaag onderstaande oproep van de Nederlandse Orde van Advocaten, met het verzoek deze te verspreiden onder haar leden.

In navolging van het rondetafelgesprek gisteren in de Tweede Kamer over het rapport van de Commissie Van der Meer vindt er volgende week donderdag 1 februari om 13:20 een debat plaats.

Tijdens de sessie van afgelopen maandag 22 januari in de Rode Olifant is gebleken dat er veel bereidwilligheid is voor nadere activistische initiatieven. Dit is al zeer korte termijn mogelijk. De NoVA wil er namelijk voor zorgen om voorafgaand aan het debat met zoveel mogelijk advocaten a.s. donderdag 1 februari om 12:30 uur in toga op het Plein aanwezig te zijn.

Het succes van deze actie is alleen te realiseren door in grote getale aanwezig te zijn; het moet zwart zien op het Plein! Vervolgens is het idee om door te gaan naar de plenaire zaal van de Tweede Kamer om op de publieke tribune het debat te kunnen volgen.

Met dit ‘toga-protest’ laten we zien hoe groot de zorgen zijn binnen de sociale advocatuur over de toekomst van het stelsel en de toegang van het recht. Dat de bezuinigingen hun tol hebben geëist en dit zo niet langer door kan gaan. Er moet fors geïnvesteerd worden!

Oproep: zend grote slachtofferzaken waarin de aanvraag extra uren is afgewezen naar LANGZS

In de afgelopen nieuwsbrief werd al genoemd dat LANGZS regelmatig klachten ontvangt van leden over de afwijzing van verzoek om extra uren in grote slachtofferzaken. In oktober j.l. hebben wij dit reeds onder de aandacht gebracht bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Min. J&V) en de Raad voor Rechtsbijstand (RvR). De RvR is echter van mening dat deze afwijzingen casuïstiek zijn, en heeft aangegeven graag voorbeelden van zaken (met toevoegnummers) te ontvangen waarin deze uren onredelijk zouden zijn afgewezen. LANGZS roept u daarom op om in grote slachtofferzaken altijd extra uren aan te vragen en het te melden aan LANGZS wanneer deze worden afgewezen zodat wij deze aan de RvR kunnen overhandigen en kunnen aandringen op verbetering.

U kunt uw zaken e-mailen naar info@langzs.nl.

 

Verslag congres LANGZS in tijdschrift LetselschadeNEWS

Op dinsdag 7 november organiseerde stichting LANGZS haar jaarlijkse congres met als thema ‘Seksueel misbruik: van hands-on naar hands-off’. Seksueel misbruik op internet is een groeiend probleem. Op het congres is in beeld gebracht hoe verschillende professionals hier mee omgaan, en of wetgeving, uitvoering en beleid hier toereikend zijn of aanpassingen behoeven.

Het tijdschrift LetselschadeNEWS besteedt in haar wintereditie aandacht aan het LANGZS congres 2017. LetselschadeNEWS is het human interest magazine voor slachtoffers van letselschade en professionals werkzaam in de letselschadebranche. Het magazine verschijnt vier keer per jaar en besteedt aandacht aan positieve verhalen van slachtoffers die in staat zijn geweest het leven na een ongeval of misdrijf weer op te pakken en richting te geven. Daarnaast wordt aandacht besteed aan vernieuwende projecten die het positief slachtofferschap, actief schaderegelen en alternatieve geschilbeslechting, zoals mediation, ondersteunen.

U kunt zich als professional hier inschrijven voor een gratis abonnement op het tijdschrift.

Het artikel over het LANGZS congres vindt u hier.

 

Zwartboek VI LANGZS, nu ook meldingen over Opsporing Verzocht

– PERSBERICHT –

Het bestuur van het Landelijk Advocaten Netwerk Gewelds- en Zeden Slachtoffers brengt zijn zesde Zwartboek uit. In dit Zwartboek worden misstanden met betrekking tot de naleving van slachtofferrechten opgenomen. De meldingen die door slachtoffers zijn gedaan zien op de gehele strafrechtketen, Slachtofferhulp Nederland, het Openbaar Ministerie (OM), de Rechtspraak etc., en variëren in ernst. Dit jaar ziet LANGZS wederom een stijging in het aantal meldingen. Dit kan betekenen dat slachtoffers en hun advocaten steeds makkelijker de weg naar het Zwartboek weten te vinden, maar een goede beschouwing laat zien dat ten aanzien van de naleving van slachtofferrechten nog veel winst te behalen valt.

Het is opvallend dat er in dit Zwartboek twee meldingen zijn gedaan over Opsporing Verzocht. Bij fouten tijdens de strafprocedure blijven de gevolgen over het algemeen beperkt tot die procedure. Die gevolgen kunnen natuurlijk wel ernstig zijn en leiden tot secundaire victimisatie. Maar fouten bij de inzet van media kunnen een diepe impact hebben in het dagelijks leven en de omgang met de directe omgeving van een slachtoffer. De kijkers kunnen tenslotte bekenden van het slachtoffer (privacy) of de dader (represailles) zijn. De media is voor de autoriteiten zonder meer een handig middel om aanknopingspunten in een zaak te verkrijgen, maar moet wel met uiterste zorgvuldigheid worden ingezet.

Verder blijven er klachten komen over het niet of onvoldoende rekening houden met slachtoffers. Ook dit Zwartboek bevat helaas weer zeer sprekende voorbeelden.

Het Zwartboek is vandaag aangeboden aan het Parket Generaal van het Openbaar Ministerie, de Raad van Bestuur van Slachtofferhulp Nederland, de directeur van de Raad van Rechtsbijstand, de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, en de hoofddirecteur van de Dienst Justitiële Inrichtingen. Het Zwartboek is hier te vinden op de website van LANGZS.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de voorzitter van LANGZS, mr. Richard Korver, via 020 – 5357565 of voorzitter@langzs.nl

Klik hier voor het persbericht in PDF-formaat.

Oproep LANGZS aan de politiek: maak u hard voor spoedig opzetten van webcrawler en waarschuwingssysteem gevonden kinderporno

-PERSBERICHT-

Afgelopen zondag, 19 november, was het de Internationale Dag tegen Kindermisbruik. Deze week, van 20 tot en met 26 november, is de Week tegen Kindermishandeling. De herhaalde victimisatie waar slachtoffers van kinderporno vaak mee kampen was een terugkerend onderwerp op 7 november tijdens het LANGZS-jubileumcongres over online seksueel misbruik. Bij zaken met betrekking tot online kinderporno stopt het voor de slachtoffers en hun familie namelijk niet na de strafprocedure. Vaak weten de slachtoffers voor de rest van hun leven niet of de beelden van hun misbruik nog online circuleren. Het Canadian Centre for Child Protection heeft een onderzoek uitgevoerd naar ervaringen van slachtoffers van kinderpornografie. Daaruit blijkt dat bijna 70% van de ondervraagden in constante angst leeft herkend te worden. Het voegt een extra component toe aan hun slachtofferschap. Daarnaast blijkt die angst ook niet onterecht. Maar liefst 30% van de ondervraagden is ook daadwerkelijk herkend.[1]

Eerder dit jaar kwam het Canadian Centre for Child Protection met Project Arachnid, een automatische webcrawler die afbeeldingen en video’s detecteert aan de hand van een digitale vingerafdruk die gekoppeld wordt aan het illegale beeldmateriaal. In Nederland wordt deze techniek nog niet structureel gebruikt, terwijl in 2016 82% van alle kinderporno die werd gemeld bij Meldpunt Kinderporno bleek te worden gehost vanaf Nederlandse servers.

Naast het Canadian Centre for Child Protection ontwikkelde ook het Nederlandse bedrijf Web-IQ een webcrawler genaamd Voyager. Web-IQ is al ruim twee jaar actief opzoek naar kinderporno op het internet, inclusief het darkweb. Niet alleen nationaal boeken zij succes, ook internationaal wordt de webcrawler ingezet, onder andere door Europol.

Tijdens het LANGZS-jubileumcongres benadrukte mevrouw Dettmeijer, voormalig Nationaal Rapporteur Seksueel Geweld tegen Kinderen, dan ook terecht dat de techniek om kinderporno van het web te verwijderen al binnen handbereik van de politie ligt, en dat de politie hier nu toch echt mee aan de slag moet. LANGZS is het met mevrouw Dettmeijer eens en meent dat het ministerie van Justitie en Veiligheid daarnaast tevens een waarschuwingssysteem voor slachtoffers van kinderporno moet opzetten. Slachtoffers moeten bovendien een wettelijk recht krijgen om, indien zij dit wensen, geïnformeerd te worden over het opnieuw opduiken van materiaal.

Zolang ze geen bericht krijgen, kan dat geruststellend werken. Als er wel bericht komt, kan dat vertrouwen geven in zowel de opsporingsbekwaamheid als de rechtstaat. CDA-kamerlid mevrouw Toorenburg heeft inmiddels aangegeven zich hiervoor in de Tweede Kamer hard te maken. LANGZS roept de politiek op zich in deze Week tegen Kindermishandeling in te zetten om zo spoedig mogelijk ook in Nederland een nationaal webcrawlers- en waarschuwingssysteem op te zetten.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de voorzitter van LANGZS, mr. Richard Korver, via 020 – 5357565 of voorzitter@langzs.nl

Klik hier voor het persbericht in PDF-formaat.

 

[1] Canadian Centre for Child Protection, Survivors’ Survey, 2017, p. 165.

Slachtofferadvocaten roepen #MeToo-slachtoffers en journalisten op na te denken vóór het zoeken van publiciteit

-PERSBERICHT-

LANGZS is het landelijk advocatennetwerk gewelds- en zedenslachtoffers. De aangeslotenen bij LANGZS staan slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven bij en vinden daarbij met name de geleverde kwaliteit van de rechtsbijstand van groot belang. LANGZS is ook een organisatie die zich beijvert om de positie van slachtoffers in het strafproces te verbeteren.

LANGZS heeft met belangstelling kennis genomen van alle effecten rondom en voortvloeiend uit de #MeToo-campagne. LANGZS juicht het toe dat slachtoffers naar buiten treden en daarmee duidelijk maken hoe groot het maatschappelijk probleem van seksueel grensoverschrijdend gedrag is. LANGZS heeft ook geconstateerd dat diverse media slachtoffers een breed podium bieden om hun ervaringen te delen. Ook dat wordt toegejuicht. Immers, hoe meer één en ander bekend wordt hoe makkelijker het hopelijk wordt om de positie van slachtoffers te versterken.

Voor zover het echter gaat om de positie van slachtoffers in het strafproces meent LANGZS thans een oproep te moeten doen aan journalisten en slachtoffers zelf om goed na te denken alvorens ‘public’ te gaan met slachtofferverhalen, terwijl het slachtoffer mogelijkerwijs nog op de één of andere wijze zijn recht wenst te halen.

Binnen het rechtsbestel past het niet om beschuldigingen in de media neer te leggen en daarbij gedetailleerd verslag te doen van wat er allemaal gebeurd is, omdat dit nader onderzoek door de rechter, maar overigens ook politie en het Openbaar Ministerie op ernstige wijze bemoeilijkt.

Voor een veroordeling in het strafrecht zijn altijd minstens twee bewijsmiddelen nodig. Bij voorkeur komen die bewijsmiddelen uit verschillende bronnen. Soms kunnen er veroordelingen plaatsvinden voor zedenzaken doordat de verhalen van verschillende slachtoffers erg op elkaar lijken.

Daarvoor moet je echter wel zeker weten dat de verhalen van die slachtoffers voort zijn gekomen uit ervaringen die zij zelf hebben meegemaakt en niet dat deze (mede) zijn vormgegeven door verhalen die zij van andere slachtoffers hebben gehoord. Dat is ook een reden waarom de politie in de beginfase van een onderzoek vaak adviseert om niet met derden over de zaak te spreken.

Door een zaak in een krant of op een televisieprogramma tot in detail te bespreken verkleint het slachtoffer daarmee onderzoekskansen. LANGZS meent dat ook de media daarin een eigen verantwoordelijkheid heeft. Het gaat vaak niet alleen om het slachtoffer dat naar voren komt, er is altijd een kans dat de beschuldigde ook andere slachtoffers heeft gemaakt. Daarmee zou een zaak nog ‘rond gemaakt’ kunnen worden. Door mee te werken aan publieke uitingen rondom beschuldigingen worden daarmee de facto ook de kansen van andere slachtoffers tot het succesvol tot een einde brengen van hun zaak verkleind.

LANGZS gaat ervan uit dat veel journalisten zich onvoldoende bewust zijn van dit mechanisme, getuige de vele verklaringen die wij inmiddels hebben gezien in de media. Middels dit persbericht roept LANGZS de betrokken journalisten op om zich te laten voorlichten door een ter zake deskundige slachtofferadvocaat. LANGZS wijst erop dat het bijstaan van slachtoffers zowel vaardigheden vergt die liggen op het civiele vlak, als op het strafrechtelijk vlak.

LANGZS wijst er ook op dat de Raad voor Rechtsbijstand eisen stelt aan advocaten die slachtoffers bijstaan. De slachtofferadvocatuur is daarmee al sinds enige jaren een jong, maar erkend specialisme.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de voorzitter van LANGZS, mr. Richard Korver, via 020 – 5357565 of voorzitter@langzs.nl

Klik hier voor het persbericht in PDF-formaat.