Slachtofferadvocaten roepen #MeToo-slachtoffers en journalisten op na te denken vóór het zoeken van publiciteit


-PERSBERICHT-

LANGZS is het landelijk advocatennetwerk gewelds- en zedenslachtoffers. De aangeslotenen bij LANGZS staan slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven bij en vinden daarbij met name de geleverde kwaliteit van de rechtsbijstand van groot belang. LANGZS is ook een organisatie die zich beijvert om de positie van slachtoffers in het strafproces te verbeteren.

LANGZS heeft met belangstelling kennis genomen van alle effecten rondom en voortvloeiend uit de #MeToo-campagne. LANGZS juicht het toe dat slachtoffers naar buiten treden en daarmee duidelijk maken hoe groot het maatschappelijk probleem van seksueel grensoverschrijdend gedrag is. LANGZS heeft ook geconstateerd dat diverse media slachtoffers een breed podium bieden om hun ervaringen te delen. Ook dat wordt toegejuicht. Immers, hoe meer één en ander bekend wordt hoe makkelijker het hopelijk wordt om de positie van slachtoffers te versterken.

Voor zover het echter gaat om de positie van slachtoffers in het strafproces meent LANGZS thans een oproep te moeten doen aan journalisten en slachtoffers zelf om goed na te denken alvorens ‘public’ te gaan met slachtofferverhalen, terwijl het slachtoffer mogelijkerwijs nog op de één of andere wijze zijn recht wenst te halen.

Binnen het rechtsbestel past het niet om beschuldigingen in de media neer te leggen en daarbij gedetailleerd verslag te doen van wat er allemaal gebeurd is, omdat dit nader onderzoek door de rechter, maar overigens ook politie en het Openbaar Ministerie op ernstige wijze bemoeilijkt.

Voor een veroordeling in het strafrecht zijn altijd minstens twee bewijsmiddelen nodig. Bij voorkeur komen die bewijsmiddelen uit verschillende bronnen. Soms kunnen er veroordelingen plaatsvinden voor zedenzaken doordat de verhalen van verschillende slachtoffers erg op elkaar lijken.

Daarvoor moet je echter wel zeker weten dat de verhalen van die slachtoffers voort zijn gekomen uit ervaringen die zij zelf hebben meegemaakt en niet dat deze (mede) zijn vormgegeven door verhalen die zij van andere slachtoffers hebben gehoord. Dat is ook een reden waarom de politie in de beginfase van een onderzoek vaak adviseert om niet met derden over de zaak te spreken.

Door een zaak in een krant of op een televisieprogramma tot in detail te bespreken verkleint het slachtoffer daarmee onderzoekskansen. LANGZS meent dat ook de media daarin een eigen verantwoordelijkheid heeft. Het gaat vaak niet alleen om het slachtoffer dat naar voren komt, er is altijd een kans dat de beschuldigde ook andere slachtoffers heeft gemaakt. Daarmee zou een zaak nog ‘rond gemaakt’ kunnen worden. Door mee te werken aan publieke uitingen rondom beschuldigingen worden daarmee de facto ook de kansen van andere slachtoffers tot het succesvol tot een einde brengen van hun zaak verkleind.

LANGZS gaat ervan uit dat veel journalisten zich onvoldoende bewust zijn van dit mechanisme, getuige de vele verklaringen die wij inmiddels hebben gezien in de media. Middels dit persbericht roept LANGZS de betrokken journalisten op om zich te laten voorlichten door een ter zake deskundige slachtofferadvocaat. LANGZS wijst erop dat het bijstaan van slachtoffers zowel vaardigheden vergt die liggen op het civiele vlak, als op het strafrechtelijk vlak.

LANGZS wijst er ook op dat de Raad voor Rechtsbijstand eisen stelt aan advocaten die slachtoffers bijstaan. De slachtofferadvocatuur is daarmee al sinds enige jaren een jong, maar erkend specialisme.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de voorzitter van LANGZS, mr. Richard Korver, via 020 – 5357565 of voorzitter@langzs.nl

Klik hier voor het persbericht in PDF-formaat.

Deel dit bericht:Share on LinkedIn107Tweet about this on Twitter0Email this to someonePrint this page