Slachtoffers zijn ook rechtszoekenden!


Gisteren publiceerde het Algemeen Dagblad de reactie van stichting LANGZS op het artikel ‘OM danst naar pijpen slachtoffer‘. Onderstaand treft u de volledige reactie op het artikel aan.

Onlangs publiceerde deze krant een artikel met de titel: “OM danst naar de pijpen slachtoffer”, waarin onder andere rechter Erik Koster zijn mening geeft over de groeiende rol van het slachtoffer in het strafproces.

Volgens de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (hierna: NVSA) is het strafproces bedoeld om de schuld van de verdachte vast te stellen, “daar kun je de emoties van slachtoffers niet bij gebruiken”. Daarnaast zou de groeiende rol van het slachtoffer de neutraliteit van het strafproces aantasten en het principe van de onschuldpresumptie onder druk zetten.

Slachtofferadvocaten, verenigd in LANGZS, zijn van mening dat het strafrecht niet langer enkel een zaak is tussen de overheid en verdachte maar een zaak die is ontstaan omdat er een slachtoffer is wiens belangen eveneens gediend moeten worden. Dat de verdachte centraal zou moeten staan in het strafproces is niet langer van deze tijd. Het gaat niet enkel om het vaststellen van de schuld van de verdachte, maar ook om zaken als herstel van schade, vergelding en bescherming worden tegenwoordig behandeld in het strafproces.

Het uitgebreide spreekrecht zou regelmatig tot situaties waarin het slachtoffer fulmineert tegen de verdachte leiden. Dit wordt voorkomen wanneer het slachtoffer wordt bijgestaan door een gespecialiseerde slachtofferadvocaat. Wij maken het dan ook zelden mee. Het slachtoffer wordt dan voorafgaand geïnformeerd en geadviseerd over onderwerpen als de haalbaarheid van de gewenste strafmaat en het principe van de onschuldpresumptie.

Het NVSA zegt terecht dat iedere verdachte onschuldig is totdat de rechter oordeelt dat het tegendeel bewezen is. Dat het slachtoffer in de rechtszaal vertelt wat het misdrijf met hem of haar heeft gedaan en zijn of haar mening geeft over de strafmaat en de bewezenverklaring doet hier volgens LANGZS niets aan af. Indien het slachtoffer zich uitlaat over straf en bewijs is dit net zo min in strijd met de onschuldpresumptie als wanneer de Officier van Justitie dit doet. Daarnaast is LANGZS van mening dat de NVSA de kunde van de rechter onderschat. Waarom zou deze wel door de emotie van de verdachte heen kunnen prikken maar niet door de emotie van het slachtoffer? De vrijlating van een van de hoofdverdachten in de Amsterdamse vergismoord is het schoolvoorbeeld dat de rechter dit wel kan.

Volgens rechter Koster gebeurt het steeds vaker “dat het OM een zaak voor de strafrechter brengt louter omwille van het slachtoffer”. Dat een rechter zich op deze wijze uitlaat schaadt volgens LANGZS het vertrouwen in de rechtsstaat. Uit eigen ervaring kan ik u mede namens mijn collega’s zeggen dat dit geenszins het geval is. Met regelmaat laat het OM weten andere keuzes te maken, als gevolg van haar rol als magistraat. Dat is hoe het hoort. Nu nog die enkele rechter zover krijgen dat die slachtoffers niet als last maar justitiabele ziet.

Klik hier voor de ingekorte versie die gisteren in het Algemeen Dagblad verscheen.

Deel dit bericht:Share on LinkedIn0Tweet about this on Twitter0Email this to someonePrint this page