Een grotere rol voor het slachtoffer in de rechtszaal zorgt voor evenwicht

Afgelopen vrijdag publiceerde Trouw een artikel met de titel: “De rol van slachtoffers in de rechtszaal groeit, tot ongenoegen van advocaten”. Dit naar aanleiding van het meerjarenplan slachtofferbeleid dat de dag ervoor door minister Dekker werd gepresenteerd, op de dag van het slachtoffer.

Die kop impliceert ten onrechte dat advocaten in het algemeen tegen de versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces zouden zijn. Sinds 10 jaar is er een Landelijk Advocaten Netwerk Gewelds- en Zeden Slachtoffers (hierna: LANGZS), waarbij inmiddels ruim honderd slachtofferadvocaten zijn aangesloten. Sinds een paar jaar is er tevens de post-doctorale specialisatie `Slachtofferadvocatuur voor Ernstige Gewelds- en Zedenzaken`. Slachtofferadvocaten van EGZ-zaken pleiten juist voor een grotere rol van het slachtoffer in de rechtszaal.

Over het voorstel van de minister, om verdachten in ernstige gewelds- en zedenzaken verplicht in de rechtszaal te laten verschijnen wanneer het slachtoffer in de zaak van het spreekrecht gebruik maakt,  zijn ook slachtofferadvocaten niet enkel positief. Er bestaat immers niet zoiets als “het slachtoffer”; al helemaal niet in zaken waarin het gaat om zeer zware delicten. De keuze zou bij het slachtoffer moeten liggen, waarna de verdachte eventueel met een bevel tot medebrenging voor de rechter gebracht kan worden.

Advocaten zouden de groeiende rol van het slachtoffer in het strafproces volgens Trouw maar beangstigend vinden: “de aandacht voor de slachtoffers lijkt die voor de verdachten soms te overvleugelen” zegt iemand van de Orde van Advocaten in het artikel van Trouw. Een standpunt dat sinds de invoering van het uitgebreide spreekrecht op 1 juli 2016 steeds vaker wordt verkondigd, met name door strafrechtadvocaten die veel, of overwegend, verdachten bijstaan.

Dat betekent echter niet, zoals de kop suggereert, dat alle advocaten hier een probleem mee zouden hebben, integendeel. Een groeiende groep is van mening dat de groter wordende rol van het slachtoffer juist evenwicht creëert tussen de rol van het slachtoffer en de verdachte. Het idee dat alleen de verdachte centraal zou moeten staan in het strafproces is begrijpelijk in het tijdperk van Napoleon maar niet langer acceptabel in het huidige tijdgewricht.

Tegenargumenten die vaak genoemd worden, zo ook in het artikel van Trouw, zijn het gevaar voor secundaire victimisatie en het gevaar dat er met het uitgebreide spreekrecht teveel emotie het strafproces binnengehaald zou worden. Beide ‘gevaren’ kunnen eenvoudig voorkomen worden indien slachtoffers de juiste begeleiding krijgen.

Wanneer slachtoffers, alvorens het uitoefenen van het spreekrecht goed worden voorgelicht en geadviseerd, en tijdens de zitting goed worden begeleid zal dit ervoor zorgen dat het slachtoffer een weloverwogen beslissing neemt en wordt daarmee ongewenste secundaire victimisatie voorkomen. Ik wijs erop dat slachtoffers er natuurlijk ook voor kunnen kiezen helemaal geen gebruik te maken van het spreekrecht, of om dit te laten uitoefenen door een ander. In ernstige zaken is er nog steeds sprake van slechts een kleine groep (minder dan 1000 slachtoffers per jaar), die gebruik maakt van het spreekrecht.

Naar de mening van slachtofferadvocaten, die toch echt de belangen van slachtoffers behartigen, is door Trouw niet gevraagd. Het belang van de slachtofferadvocaat wordt wel vaker onderschat. Met de invoering van het uitgebreide spreekrecht is de rol van het slachtoffer dat van het spreekrecht gebruik wil maken en van diens advocaat alleen maar groter geworden nu het slachtoffer zich niet enkel meer mag uitlaten over de gevolgen van het misdrijf maar ook over de bewezenverklaring en de door hem of haar gewenste strafmaat.

Dat slachtoffers nog niet echt meedoen blijkt bijvoorbeeld ook uit de positie van het slachtoffer in de rechtszaal. Waar de verdachte vooraan in de rechtszaal, in het bijzijn van zijn of haar advocaat, zijn standpunt kan verkondigen, heeft het slachtoffer deze vaste positie niet en komt het nog regelmatig voor dat het slachtoffer zijn of haar spreekrecht moet uitoefenen vanaf de publieke tribune van de zittingszaal, soms te midden van bekenden van de verdachten.

Voor slachtoffers is een bepaling in de wet opgenomen dat zij correct dienen te worden bejegend, overigens zonder enige sanctie als zulks niet gebeurt. Dat is een vorm van symboolpolitiek die veelzeggend is.

Het strafrecht is niet langer een zaak tussen de overheid en de verdachte maar een zaak die ontstaan is omdat er een slachtoffer is wiens belangen door dat proces eveneens gediend moeten worden. Daarbij valt te denken aan herstel van schade, vergelding en bescherming. En uiteraard aan rechtvaardigheid die er voor allen die deelnemen aan een proces in een beschaafde rechtsstaat zou moeten komen. Die rechtvaardigheid begint met gelijkwaardigheid in rechten. Zo lang deze er niet is mag en moet de positie van slachtoffers echt veel beter worden.

Klik hier voor de reactie in PDF-formaat.

Reactie Stichting LANGZS op bekendmaking minister Dekker ten aanzien van verplichte aanwezigheid verdachte bij uitoefening spreekrecht

– PERSBERICHT –

Minister Dekker voor Rechtsbescherming heeft bekend gemaakt dat verdachten van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven binnenkort verplicht zijn om te verschijnen in de rechtszaal, indien slachtoffers gebruik wensen te maken van het spreekrecht. Hoewel  LANGZS de aandacht voor de positie van slachtoffers toejuicht, is zij van mening  dat er niet zoiets bestaat als ‘het’ slachtoffer.

Niet alle slachtoffers hebben de wens dat de verdachte aanwezig is bij de uitoefening van het spreekrecht. Beter zou zijn om in iedere zaak te vragen wat het slachtoffer wenst, en te bepalen dat de rechter een bevel medebrenging kan uitvaardigen.

De minister  geeft te kennen dat hij niet te zeer wil focussen op de formele positie van slachtoffers, maar vooral wil meeleven met het slachtoffer. Stichting LANGZS wil juist dat de formele positie van slachtoffers wordt verstevigd en dat slachtoffers gelijke rechten en een gelijke positie krijgen aan verdachten.  Medeleven komt vooral uit de eigen sociale kring, een gelijke positie in de stafzaak draagt uiteindelijk veel meer bij aan verwerking!

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de voorzitter van LANGZS: mr. Richard Korver, via 020 – 535 75 65 of voorzitter@langzs.nl.

Klik hier voor het persbericht in PDF-formaat.

oproep: 'toga-protest' voorafgaand aan debat Tweede Kamer aanstaande donderdag

Het bestuur van stichting LANGZS ontving vandaag onderstaande oproep van de Nederlandse Orde van Advocaten, met het verzoek deze te verspreiden onder haar leden.

In navolging van het rondetafelgesprek gisteren in de Tweede Kamer over het rapport van de Commissie Van der Meer vindt er volgende week donderdag 1 februari om 13:20 een debat plaats.

Tijdens de sessie van afgelopen maandag 22 januari in de Rode Olifant is gebleken dat er veel bereidwilligheid is voor nadere activistische initiatieven. Dit is al zeer korte termijn mogelijk. De NoVA wil er namelijk voor zorgen om voorafgaand aan het debat met zoveel mogelijk advocaten a.s. donderdag 1 februari om 12:30 uur in toga op het Plein aanwezig te zijn.

Het succes van deze actie is alleen te realiseren door in grote getale aanwezig te zijn; het moet zwart zien op het Plein! Vervolgens is het idee om door te gaan naar de plenaire zaal van de Tweede Kamer om op de publieke tribune het debat te kunnen volgen.

Met dit ‘toga-protest’ laten we zien hoe groot de zorgen zijn binnen de sociale advocatuur over de toekomst van het stelsel en de toegang van het recht. Dat de bezuinigingen hun tol hebben geëist en dit zo niet langer door kan gaan. Er moet fors geïnvesteerd worden!

Oproep: zend grote slachtofferzaken waarin de aanvraag extra uren is afgewezen naar LANGZS

In de afgelopen nieuwsbrief werd al genoemd dat LANGZS regelmatig klachten ontvangt van leden over de afwijzing van verzoek om extra uren in grote slachtofferzaken. In oktober j.l. hebben wij dit reeds onder de aandacht gebracht bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Min. J&V) en de Raad voor Rechtsbijstand (RvR). De RvR is echter van mening dat deze afwijzingen casuïstiek zijn, en heeft aangegeven graag voorbeelden van zaken (met toevoegnummers) te ontvangen waarin deze uren onredelijk zouden zijn afgewezen. LANGZS roept u daarom op om in grote slachtofferzaken altijd extra uren aan te vragen en het te melden aan LANGZS wanneer deze worden afgewezen zodat wij deze aan de RvR kunnen overhandigen en kunnen aandringen op verbetering.

U kunt uw zaken e-mailen naar info@langzs.nl.

 

Verslag congres LANGZS in tijdschrift LetselschadeNEWS

Op dinsdag 7 november organiseerde stichting LANGZS haar jaarlijkse congres met als thema ‘Seksueel misbruik: van hands-on naar hands-off’. Seksueel misbruik op internet is een groeiend probleem. Op het congres is in beeld gebracht hoe verschillende professionals hier mee omgaan, en of wetgeving, uitvoering en beleid hier toereikend zijn of aanpassingen behoeven.

Het tijdschrift LetselschadeNEWS besteedt in haar wintereditie aandacht aan het LANGZS congres 2017. LetselschadeNEWS is het human interest magazine voor slachtoffers van letselschade en professionals werkzaam in de letselschadebranche. Het magazine verschijnt vier keer per jaar en besteedt aandacht aan positieve verhalen van slachtoffers die in staat zijn geweest het leven na een ongeval of misdrijf weer op te pakken en richting te geven. Daarnaast wordt aandacht besteed aan vernieuwende projecten die het positief slachtofferschap, actief schaderegelen en alternatieve geschilbeslechting, zoals mediation, ondersteunen.

U kunt zich als professional hier inschrijven voor een gratis abonnement op het tijdschrift.

Het artikel over het LANGZS congres vindt u hier.

 

Zwartboek VI LANGZS, nu ook meldingen over Opsporing Verzocht

– PERSBERICHT –

Het bestuur van het Landelijk Advocaten Netwerk Gewelds- en Zeden Slachtoffers brengt zijn zesde Zwartboek uit. In dit Zwartboek worden misstanden met betrekking tot de naleving van slachtofferrechten opgenomen. De meldingen die door slachtoffers zijn gedaan zien op de gehele strafrechtketen, Slachtofferhulp Nederland, het Openbaar Ministerie (OM), de Rechtspraak etc., en variëren in ernst. Dit jaar ziet LANGZS wederom een stijging in het aantal meldingen. Dit kan betekenen dat slachtoffers en hun advocaten steeds makkelijker de weg naar het Zwartboek weten te vinden, maar een goede beschouwing laat zien dat ten aanzien van de naleving van slachtofferrechten nog veel winst te behalen valt.

Het is opvallend dat er in dit Zwartboek twee meldingen zijn gedaan over Opsporing Verzocht. Bij fouten tijdens de strafprocedure blijven de gevolgen over het algemeen beperkt tot die procedure. Die gevolgen kunnen natuurlijk wel ernstig zijn en leiden tot secundaire victimisatie. Maar fouten bij de inzet van media kunnen een diepe impact hebben in het dagelijks leven en de omgang met de directe omgeving van een slachtoffer. De kijkers kunnen tenslotte bekenden van het slachtoffer (privacy) of de dader (represailles) zijn. De media is voor de autoriteiten zonder meer een handig middel om aanknopingspunten in een zaak te verkrijgen, maar moet wel met uiterste zorgvuldigheid worden ingezet.

Verder blijven er klachten komen over het niet of onvoldoende rekening houden met slachtoffers. Ook dit Zwartboek bevat helaas weer zeer sprekende voorbeelden.

Het Zwartboek is vandaag aangeboden aan het Parket Generaal van het Openbaar Ministerie, de Raad van Bestuur van Slachtofferhulp Nederland, de directeur van de Raad van Rechtsbijstand, de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, en de hoofddirecteur van de Dienst Justitiële Inrichtingen. Het Zwartboek is hier te vinden op de website van LANGZS.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de voorzitter van LANGZS, mr. Richard Korver, via 020 – 5357565 of voorzitter@langzs.nl

Klik hier voor het persbericht in PDF-formaat.

Oproep LANGZS aan de politiek: maak u hard voor spoedig opzetten van webcrawler en waarschuwingssysteem gevonden kinderporno

-PERSBERICHT-

Afgelopen zondag, 19 november, was het de Internationale Dag tegen Kindermisbruik. Deze week, van 20 tot en met 26 november, is de Week tegen Kindermishandeling. De herhaalde victimisatie waar slachtoffers van kinderporno vaak mee kampen was een terugkerend onderwerp op 7 november tijdens het LANGZS-jubileumcongres over online seksueel misbruik. Bij zaken met betrekking tot online kinderporno stopt het voor de slachtoffers en hun familie namelijk niet na de strafprocedure. Vaak weten de slachtoffers voor de rest van hun leven niet of de beelden van hun misbruik nog online circuleren. Het Canadian Centre for Child Protection heeft een onderzoek uitgevoerd naar ervaringen van slachtoffers van kinderpornografie. Daaruit blijkt dat bijna 70% van de ondervraagden in constante angst leeft herkend te worden. Het voegt een extra component toe aan hun slachtofferschap. Daarnaast blijkt die angst ook niet onterecht. Maar liefst 30% van de ondervraagden is ook daadwerkelijk herkend.[1]

Eerder dit jaar kwam het Canadian Centre for Child Protection met Project Arachnid, een automatische webcrawler die afbeeldingen en video’s detecteert aan de hand van een digitale vingerafdruk die gekoppeld wordt aan het illegale beeldmateriaal. In Nederland wordt deze techniek nog niet structureel gebruikt, terwijl in 2016 82% van alle kinderporno die werd gemeld bij Meldpunt Kinderporno bleek te worden gehost vanaf Nederlandse servers.

Naast het Canadian Centre for Child Protection ontwikkelde ook het Nederlandse bedrijf Web-IQ een webcrawler genaamd Voyager. Web-IQ is al ruim twee jaar actief opzoek naar kinderporno op het internet, inclusief het darkweb. Niet alleen nationaal boeken zij succes, ook internationaal wordt de webcrawler ingezet, onder andere door Europol.

Tijdens het LANGZS-jubileumcongres benadrukte mevrouw Dettmeijer, voormalig Nationaal Rapporteur Seksueel Geweld tegen Kinderen, dan ook terecht dat de techniek om kinderporno van het web te verwijderen al binnen handbereik van de politie ligt, en dat de politie hier nu toch echt mee aan de slag moet. LANGZS is het met mevrouw Dettmeijer eens en meent dat het ministerie van Justitie en Veiligheid daarnaast tevens een waarschuwingssysteem voor slachtoffers van kinderporno moet opzetten. Slachtoffers moeten bovendien een wettelijk recht krijgen om, indien zij dit wensen, geïnformeerd te worden over het opnieuw opduiken van materiaal.

Zolang ze geen bericht krijgen, kan dat geruststellend werken. Als er wel bericht komt, kan dat vertrouwen geven in zowel de opsporingsbekwaamheid als de rechtstaat. CDA-kamerlid mevrouw Toorenburg heeft inmiddels aangegeven zich hiervoor in de Tweede Kamer hard te maken. LANGZS roept de politiek op zich in deze Week tegen Kindermishandeling in te zetten om zo spoedig mogelijk ook in Nederland een nationaal webcrawlers- en waarschuwingssysteem op te zetten.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de voorzitter van LANGZS, mr. Richard Korver, via 020 – 5357565 of voorzitter@langzs.nl

Klik hier voor het persbericht in PDF-formaat.

 

[1] Canadian Centre for Child Protection, Survivors’ Survey, 2017, p. 165.

Slachtofferadvocaten roepen #MeToo-slachtoffers en journalisten op na te denken vóór het zoeken van publiciteit

-PERSBERICHT-

LANGZS is het landelijk advocatennetwerk gewelds- en zedenslachtoffers. De aangeslotenen bij LANGZS staan slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven bij en vinden daarbij met name de geleverde kwaliteit van de rechtsbijstand van groot belang. LANGZS is ook een organisatie die zich beijvert om de positie van slachtoffers in het strafproces te verbeteren.

LANGZS heeft met belangstelling kennis genomen van alle effecten rondom en voortvloeiend uit de #MeToo-campagne. LANGZS juicht het toe dat slachtoffers naar buiten treden en daarmee duidelijk maken hoe groot het maatschappelijk probleem van seksueel grensoverschrijdend gedrag is. LANGZS heeft ook geconstateerd dat diverse media slachtoffers een breed podium bieden om hun ervaringen te delen. Ook dat wordt toegejuicht. Immers, hoe meer één en ander bekend wordt hoe makkelijker het hopelijk wordt om de positie van slachtoffers te versterken.

Voor zover het echter gaat om de positie van slachtoffers in het strafproces meent LANGZS thans een oproep te moeten doen aan journalisten en slachtoffers zelf om goed na te denken alvorens ‘public’ te gaan met slachtofferverhalen, terwijl het slachtoffer mogelijkerwijs nog op de één of andere wijze zijn recht wenst te halen.

Binnen het rechtsbestel past het niet om beschuldigingen in de media neer te leggen en daarbij gedetailleerd verslag te doen van wat er allemaal gebeurd is, omdat dit nader onderzoek door de rechter, maar overigens ook politie en het Openbaar Ministerie op ernstige wijze bemoeilijkt.

Voor een veroordeling in het strafrecht zijn altijd minstens twee bewijsmiddelen nodig. Bij voorkeur komen die bewijsmiddelen uit verschillende bronnen. Soms kunnen er veroordelingen plaatsvinden voor zedenzaken doordat de verhalen van verschillende slachtoffers erg op elkaar lijken.

Daarvoor moet je echter wel zeker weten dat de verhalen van die slachtoffers voort zijn gekomen uit ervaringen die zij zelf hebben meegemaakt en niet dat deze (mede) zijn vormgegeven door verhalen die zij van andere slachtoffers hebben gehoord. Dat is ook een reden waarom de politie in de beginfase van een onderzoek vaak adviseert om niet met derden over de zaak te spreken.

Door een zaak in een krant of op een televisieprogramma tot in detail te bespreken verkleint het slachtoffer daarmee onderzoekskansen. LANGZS meent dat ook de media daarin een eigen verantwoordelijkheid heeft. Het gaat vaak niet alleen om het slachtoffer dat naar voren komt, er is altijd een kans dat de beschuldigde ook andere slachtoffers heeft gemaakt. Daarmee zou een zaak nog ‘rond gemaakt’ kunnen worden. Door mee te werken aan publieke uitingen rondom beschuldigingen worden daarmee de facto ook de kansen van andere slachtoffers tot het succesvol tot een einde brengen van hun zaak verkleind.

LANGZS gaat ervan uit dat veel journalisten zich onvoldoende bewust zijn van dit mechanisme, getuige de vele verklaringen die wij inmiddels hebben gezien in de media. Middels dit persbericht roept LANGZS de betrokken journalisten op om zich te laten voorlichten door een ter zake deskundige slachtofferadvocaat. LANGZS wijst erop dat het bijstaan van slachtoffers zowel vaardigheden vergt die liggen op het civiele vlak, als op het strafrechtelijk vlak.

LANGZS wijst er ook op dat de Raad voor Rechtsbijstand eisen stelt aan advocaten die slachtoffers bijstaan. De slachtofferadvocatuur is daarmee al sinds enige jaren een jong, maar erkend specialisme.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de voorzitter van LANGZS, mr. Richard Korver, via 020 – 5357565 of voorzitter@langzs.nl

Klik hier voor het persbericht in PDF-formaat.

Nationaal Rapporteur Dettmeijer, CDA-Kamerlid Toorenburg en LANGZS roepen de Minister op tot snelle invoering notificatieplicht gevonden kinderporno

-PERSBERICHT-

Naar aanleiding van de berichten over de (on)mogelijkheid om (de familie van) slachtoffers van kinderporno te informeren als bestaand beeldmateriaal van hun misbruik (wederom) online wordt aangetroffen, bericht LANGZS dat zij meent dat het ministerie van Justitie en Veiligheid ter voorkoming van secundaire en herhaalde victimisatie een waarschuwingssysteem voor slachtoffers van kinderporno moet opzetten.

Bij uitstek bij dit soort zaken stopt het voor de minderjarige slachtoffers en hun familie na de strafprocedure niet. De slachtoffers zijn dan inmiddels wel gered uit de misbruiksituatie, maar weten in de huidige situatie in Nederland voor de rest van hun leven niet of er nog materiaal van hun misbruik rondgaat via het internet, en hoeveel. De angst en onzekerheid die dat veroorzaakt kan leiden tot herhaalde victimisatie. Wat LANGZS betreft is dat een onhoudbare situatie en moeten we in plaats daarvan in Nederland (net als in de VS) zorgen voor de mogelijkheid van concrete informatie en kennis.

LANGZS meent dat slachtoffers een wettelijk recht moeten hebben om geïnformeerd te worden over het opnieuw opduiken van materiaal, indien zij hebben aangegeven daar behoefte aan te hebben. Er zijn natuurlijk slachtoffers en families die daar geen behoefte aan hebben. Maar waar de politiek en overheid niet genoeg bij stil staan is dat (de familie van) slachtoffers natuurlijk niet zozeer bericht willen ontvangen dat er opnieuw beeldmateriaal is aangetroffen. Wat ze willen is dat er zo’n systeem bestaat, en zolang ze dan niks horen, juist dát geruststellend kan werken. Als er wél bericht komt, kan dat vertrouwen geven in de opsporingsbekwaamheid en de rechtstaat. Sommige slachtoffers in Nederland maken op dit moment bij gebrek aan een nationaal systeem dan ook gebruik van het Amerikaanse waarschuwingssysteem.

Het OM geeft aan dat dit Amerikaanse waarschuwingssysteem niet waterdicht is en dat een kleine bewerking van een foto er al voor zorgt dat het beeld later niet meer automatisch wordt herkend als bestaand materiaal. Maar dat is natuurlijk geen reden om het dan maar helemaal niet te doen. Het is juist een uitgelezen kans voor Nederland om een beter systeem op te zetten en voorop te lopen op dit gebied. Online seksueel misbruik is een groeiend probleem. LANGZS heeft met het oog hierop dan ook dit delict gekozen als onderwerp voor het jubileumcongres op 7 november om met relevante ketenpartners kennis hierover te delen en te discussiëren over hoe met delict moet worden omgegaan. LANGZS pleit ervoor dat de overheid dit voortvarend oppakt en dat een waarschuwingssysteem daar een onderdeel van zou moeten zijn.

Het OM vreest dat zo’n systeem ten koste zou gaan van de beschikbare opsporingscapaciteit. Maar te weinig budget beschikbaar stellen mag het gedegen informeren van slachtoffers niet in de weg staan. Te vaak wordt een budget bepaald en aan de hand daarvan plannen uitgewerkt. Maar zeker bij belangrijke speerpunten, zoals zowel opsporing als een waarschuwingssysteem, moet men eerst een plan uitwerken en dan pas kijken hoeveel budget daarvoor nodig is en de benodigde middelen vergaren.

Zoals ook in de EU-richtlijn Minimumnormen voor Slachtoffers te lezen valt: Slachtoffers van strafbare feiten moeten worden beschermd tegen secundaire en herhaalde victimisatie, en passende ondersteuning krijgen om hun herstel te bevorderen. De oproep van LANGZS aan het ministerie van Justitie en Veiligheid is dan ook: zet een identificatiesysteem in Nederland op en maak daar voldoende extra middelen voor vrij. Mevrouw Dettmeijer, Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, heeft op het LANGZS congres vandaag ook een (herhaalde) oproep gedaan om een waarschuwingssysteem in Nederland op te zetten. Mevrouw Toorenburg van het CDA heeft inmiddels aangegeven zich hiervoor in de Tweede Kamer hard te maken. Minister Dekker voor Rechtsbescherming heeft overigens vanochtend LANGZS gefeliciteerd met haar 10-jarig bestaan en heeft aangegeven nader met het bestuur van LANGZS te willen spreken om de positie van slachtoffers verder te versterken.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de voorzitter van LANGZS: mr. Richard Korver, via 020- 535 75 65 of voorzitter@langzs.nl.

Klik hier voor het persbericht in PDF-formaat.

Bescherming maatschappij en voorkomen nieuwe slachtoffers moet meer prioriteit zijn

-PERSBERICHT-

Naar aanleiding van de commotie die er is ontstaan over de verdachte die is aangehouden in verband met mogelijke betrokkenheid bij de verdwijning van Anne Faber bericht LANGZS dat zij meent dat het in het belang van slachtoffers, de maatschappij en preventie van ernstig geweld is om tot andere afspraken te komen over wanneer er TBS kan worden opgelegd c.q. welke gevolgen er moeten worden verbonden aan het niet meewerken aan psychologisch en psychiatrisch onderzoek.

LANGZS meent dat net als bij het zwijgrecht waar de rechter negatieve consequenties kan verbinden aan het zwijgen, de rechter ook negatieve consequenties moet kunnen verbinden aan het niet meewerken aan psychiatrisch en/of psychologisch onderzoek.

Als de feiten en omstandigheden in een zaak schreeuwen om een uitleg en de verdachte die uitleg niet geeft omdat hij zwijgt, kan de rechter daar voor de verdachte negatieve consequenties aan verbinden. LANGZS bepleit dat dit ook zou moeten gebeuren in het geval de aard van het misdrijf schreeuwt om een uitleg met betrekking tot de psyche van verdachte en verdachte weigert mee te werken aan onderzoek van zijn psyche.

Nu is dit nog niet zo. Er kan wel TBS worden opgelegd in uitzonderlijke omstandigheden als een verdachte bijvoorbeeld al eerder is onderzocht en er toen een stoornis is vastgesteld. Het opleggen van TBS zonder dat een deskundige heeft vast kunnen stellen dat er sprake is van een stoornis is op dit moment niet de heersende standaard.

LANGZS bepleit dat indien de aard van het misdrijf en de feiten en omstandigheden die daaromtrent bekend zijn geworden schreeuwen om een verklaring met betrekking tot de psychische toestand van verdachte en de verdachte niet meewerkt aan het verkrijgen van zo’n verklaring het belang van de maatschappij en beveiliging tegen extreem geweld en/of zedenexcessen voor dient te gaan. Vanzelfsprekend geldt zulks alleen in gevallen waarin de rechtbank tot een bewezenverklaring komt.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de voorzitter van LANGZS: mr. Richard Korver, via 020- 535 75 65 of voorzitter@langzs.nl.

Klik hier voor het persbericht in PDF-formaat.